Martksoevereniteit en techno-totalitarisme

De schuldencrisis in Europa en de manier waarop de Europese leiders ermee omgaan, openbaart een bepaalde politiek-ideologische tendens die zich aftekent binnen Europa (en elders). Een wijziging die we intuïtief aanvoelen maar die zelden of nooit expliciet vernoemd wordt: de verschuiving van volkssoevereiniteit naar, wat ik zou willen noemen, marktsoevereiniteit en de opkomst van een ‘nieuw’ soort postdemocratisch regime: het techno-totalitarisme.

Lees verder

Posities en hun consequenties: de staking en haar tegenstanders

Het economisch veld is geen neutraal veld. Het is geen domein waarin welingelichte en rationele wezens vrije en onafhankelijke keuzes maken. Economie is in de eerste plaats een veld van onevenwichtige machtsrelaties.Dit is natuurlijk de belangrijkste les die Marx ons, in de lijn van Machiavelli, geleerd heeft. Maar, wat Marx ons net als Machiavelli ook leert, is dat macht nooit het exclusieve bezit is van één element binnen de machtsrelatie. Macht kan enkel bestaan dankzij die relatie zelf. Anders gezegd: tussen werkgever en werknemer bestaat een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie.

 Het is deze afhankelijkheid van het kapitaal ten opzichte van de arbeid die de potentiële macht vormt van de arbeider. De voornaamste manier om die potentiële macht te actualiseren is de staking. In de staking wordt de afhankelijkheid van het kapitaal ten opzichte van de arbeider volledig zichtbaar.

Lees verder

De samenleving is geen contract: voor wat hoort niets!

‘Voor wat, hoort wat.’ Het is een uitspraak die me doet denken aan een wat strenge vader die zijn kind een snoepje weigert omdat het zijn kamer niet opruimde. Of aan een leraar die de helft van de klas buist omdat de studenten naar zijn zin niet hard genoeg gestudeerd hebben. Maar sinds kort doet deze, in autoritaire omgevingen gebezigde uitdrukking, me ook denken aan Patrick Janssens.

Hij schreef immers, samen met Bea Cantillon en Frank Vandenbroucke een boek met als ronkende titel ‘Voor wat, hoort wat!’. Wat in dit boek centraal gesteld wordt, is het idee van wederkerigheid: wie wil genieten van het sociaal systeem, dient ook een bijdrage te leveren aan de instandhouding van dat systeem (door productief te zijn).

Het is een boutade die door zowel wet- als dorpstraat schalt en die door vrijwel niemand betwist wordt. Reden te meer dat ik ze in deze bijdrage wel wil betwisten. Dat zal ik echter doen op een politiek-filosofische wijze. Ik zal wijzen op de verborgen en duistere kant van die ‘voor wat, hoort wat’ retoriek en aantonen hoe het denken waarop deze retoriek gebaseerd is, vloekt met enkele linkse basisprincipes. Verwacht dus geen cijfers en tabellen of referenties naar empirische studies. Dit stuk gaat over ideeën (en de consequenties ervan). En politiek begint met ideeën, vandaar dat ze niet te verwaarlozen zijn.

Lees verder

Populisme en Democratie

Vaak worden neoliberalisme en democratie als antoniemen gebruikt. Maar neoliberalisme is verre van een eenduidig begrip. Het is een term die verwijst naar meerdere maatschappelijke tendensen die soms in elkaars verlengde liggen, maar elkaar evengoed kunnen uitsluiten. Neoliberalisme wordt het vaakst opgevat als een geheel van politiek-economische denkbeelden die vertrekken vanuit een heilig geloof in de principes van de vrije markt als organisatieprincipe voor de samenleving als geheel. In praktijk resulteert dit soort denken in de-regulering en privatisering van publieke sectoren. Het hoeft geen betoog dat het de-rugeleren van markten en het privatiseren van wat eens onder publieke controle was eerder vroeg dan laat tot een democratisch deficit leidt. Privatisering zorgt immers voor – in tegenstelling tot wat neoliberaal geïnspireerde denkers beweren – een gebrek aan transparantie, achterkamerpolitiek en een cultuur waarin het algemeen belang wordt ondergeschikt aan het belang (lees: de winst) van enkelen.

Lees verder

DE BEDENKELIJKE EXCUSES VAN DE WEVER

Volgens Bart De Wever zorgde de SHAME- betoging voor ‘de doodsteek van de onderhandelingen’ (DM 29/01). Met deze uitspraak heeft het ‘zwartepieten’ een nieuwe dimensie aangenomen. Niet langer de politici die omheen de onderhandelingstafel zaten zijn verantwoordelijk voor het falen van de onderhandelingen, maar wel de burgers die net het falen van de politici willen aanklagen. Het is een vorm van politiek cynisme die ongezien is. De uitspraak van De Wever impliceert immers dat de veertigduizend mensen die op straat gekomen zijn vanuit een oprechte bekommernis om de politieke toestand van dit land best waren thuisgebleven. Een burger kijkt op zondag beter naar het veldrijden of drinkt zich desnoods laveloos, maar hoort vooral niet te gaan betogen. Want zie, nu is de impasse nog groter. Laat de politiek dus maar aan de politici. Zij weten hoe dat moet …

Lees verder

WAAROM WIJ BETOGEN

Reeds sinds 2007 wordt de politiek volledig gedomineerd door communautaire onderhandelingen en partijpolitieke spelletjes. Informateurs, verkenners en bemiddelaars volgden elkaar op maar doorbraken bleven uit. In de voorbije vier jaar zijn we getuige geweest van talloze mislukkingen, kinderlijk gekibbel en een complete vervreemding tussen wetstraat en dorpstraat. Niemand lijkt nog goed te beseffen waarover dit alles nu precies gaat. Het enige wat wel voor iedereen duidelijk wordt, is dat de impasse totaal en gevaarlijker dan ooit is. Wij,jongeren, willen weg uit die impasse. Daarom betogen wij.

Lees verder

Enthousiasme en broederlijkheid – Over Bergsons visie op democratie

Henri Bergson heeft de bedenkelijke reputatie een denker te zijn die pleit voor een zeker anti-intellectualisme. Daarmee samenhangend wordt hem soms verweten dat zijn filosofie voer was voor antidemocratische stromingen. Deze kritiek is begrijpelijk. In het werk van Bergson is er immers bij momenten een sceptische toon aanwezig met betrekking tot de massamaatschappij. Daarnaast lijkt de verheerlijking van de intuïtie als kenbron voor metafysische inzichten inderdaad een zeker anti-intellectualisme te impliceren. En net door de combinatie van deze twee kenmerken zou men tot het besluit kunnen komen dat Bergsons filosofie een voedingsbodem kan vormen voor bepaalde antidemocratische maatschappijopvattingen. De vraag is echter of dit ook een terechte conclusie is. Ik zal in dit essay trachten aan te tonen dat dit niet zo is, aan de hand van Bergson’s typering van de democratie in ‘Les deux sources’.

Lees verder