Een nieuw Europees links is geboren, de inzet is hoog

In Zuid-Europa is een nieuw Europees links opgestaan. Het is open, pragmatisch en democratisch, maar tegelijk vastberaden. De erfgenamen van de protesten van 2011 bepalen op dit moment de politieke agenda in Europa. Maar of ze daar zullen in blijven slagen, is de vraag. Veel hangt af van hoe de sociaaldemocratische Europese familie zich zal opstellen.

Op het einde van de jaren tachtig schreef de Brits-Argentijnse, marxistische filosoof Ernesto Laclau volgende woorden neer:

“We beleven één van de meest opwindende momenten van de twintigste eeuw: een moment waarop nieuwe generaties opstaan die niet besmet zijn met vooroordelen uit het verleden, die geen absolute waarheden over het verloop van de geschiedenis verkopen. Een generatie die een nieuw emancipatorisch vertoog ontwikkelt, een vertoog dat menselijker, diverser en democratischer is. De eschatologische en epistemologische ambities van die nieuwe generaties zijn meer bescheiden, maar het bevrijdend potentieel is breder en dieper.”

Het waren profetische woorden. Laclau voelde haarscherp aan dat het dogmatische marxisme en het reële socialisme van de twintigste eeuw zowel filosofisch als politiek gezien failliet was. Het was een these die Ernesto Laclau samen met Chantal Mouffe reeds ontwikkelde in het midden van de jaren tachtig en neerschreef in het ophefmakende boek Hegemony and Socialist Strategy. Het was een boek waarin veel traditionele marxisten zich verslikten en dat felle kritiek te verduren kreeg, maar evengoed een nieuwe generatie linkse intellectuelen klaarstoomde.

Dat kunnen we vrij letterlijk nemen. Op het moment dat Laclau de hierboven geciteerde woorden neerschreef, was hij verbonden aan de Universiteit van Essex. Op exact hetzelfde moment krijgt een jonge economieprofessor een aanstelling aan diezelfde universiteit. Zijn naam? Yanis Varoufakis.

Ernesto Laclau

Of en in welke mate Varoufakis en Laclau contact hadden, is moeilijk te reconstrueren. Maar zeker is wel dat er duidelijke linken bestaan tussen de politiek van Syriza, de onderzoeksgroep rond Ernesto Laclau aan de universiteit van Essex en het politieke denken van Ernesto Laclau. Rena Doura bijvoorbeeld, prefect van Athene voor Syriza, studeerde in Essex en nam deel aan de seminaries van Laclau. Ook de prefect van Corfu, Fotini Vaki, is een allumnus van Essex.

Wat geldt voor Syriza, geldt evenzeer voor Podemos. Íñigo Errejón, één van de strategen achter Podemos, schreef een doctoraat over het Boliviaans politiek populisme. Als theoretisch raamwerk gebruikte hij daarvoor de filosofie van Laclau.

Democratie en populisme

Dat Ernesto Laclau kan beschouwd worden als de geestelijke vader van de nieuwe linkse golf die doorheen Zuid-Europa trekt, uit zich ook in de politieke en ideologische koers die beide partijen varen. Laclau was een pleitbezorger voor wat je zou kunnen noemen een links populisme. Het idee dat populisme een vorm van politiek is eigen aan rechtse demagogen klopt niet volgens hem. Laclau benadrukt dat het politiek mobiliseren op basis van een onderscheid tussen ‘de elites’ en ‘het volk’, heel emancipatorisch en democratisch kan ingevuld worden.

Als we kijken naar Syriza en Podemos dan zien we heel duidelijk dit links populisme terugkomen. Beide partijen verzetten zich tegen de traditionele elites zowel in eigen land als op Europees niveau. Ze profileren zich duidelijk als de nieuwe, emancipatorische kracht die de toekomst belichaamt. En ze gaan op een oncoventionele wijze om met de voorgeschreven protocollen. Varoufakis communiceert via zijn blog en zijn twitteraccount, lapt vestimentaire conventies aan zijn motorlaars en Podemos experimenteert met een systeem van directe democratie (de zogenaamde lokale cirkels). Transparantie, openheid en horizontaliteit staan centraal.

Maar bovenal belichamen Syriza en Podemos een democratische vernieuwing. Beiden zetten zich af tegen het besparingsbeleid dat opgelegd wordt door internationale instellingen die de democratische toets niet doorstaan. Ze laten niet na te wijzen op het ondemocratische en autoritaire karakter van de besparingspolitiek. In de dagen vlak voor het Griekse referendum sprak Varoufakis zelfs over “economisch terrorisme”.

Die constante verwijzing naar democratie, en het grote belang dat daaraan toegekend wordt, is allerminst toevallig. Ook dat kan begrepen worden vanuit de filosofie van Laclau. Voor Laclau moest links de grote proletarische revolutie die het einde van de geschiedenis inluidde, afzweren. In plaats daarvan moest gestreefd worden naar een verdieping en radicalisering van de democratische erfenis, met respect voor democratische instellingen. Links zijn betekende voor Laclau niets anders dan toegewijd democraat zijn, en vanuit die toewijding strijden tegen het kapitalisme. Het is een houding die zowel Syriza als Podemos zich duidelijk aanmeten.

 

Politieke energie

Die gehechtheid aan de democratische erfenis hebben Syriza en Podemos gemeen met de bredere anti-austeriteitsbeweging die in 2011 opstond. In het voorjaar van 2011 bezetten duizenden jongeren de centrale pleinen in de grote Spaanse en Griekse steden. Eén van de centrale slogans van deze Indignados (Spaans voor verontwaardigden) was: “Echte democratie nu!” In hun manifest schreven de Spaanse Indignados: “Democratie behoort tot het volk, wat betekent dat het regeren aan elk van ons toekomt.” Ook bij de Indignados waren weinig Grote Theorieën of Absolute Waarheden te vinden. Wel een grote gehechtheid aan democratische en sociale waarden, die volgens hen door het besparingsbeleid bedreigd werden.

De beweging van de Indignados werd aanvankelijk met veel scepsis bekeken. Grote media vonden de pleinbezettingen nauwelijks het berichten waard, politieke waarnemers beschouwden het als een zootje ongeregeld. Sympathiek, maar ietwat naïef zo luidde het algemene oordeel: door pleinen te bezetten zal je geen politieke verandering afdwingen.

Maar wanneer we nu, vier jaar later, naar Griekenland en Spanje kijken, dan kunnen we niet anders dan verbaasd zijn over hoe snel de politieke energie van 2011 zich vertaald heeft in nieuwe, levensvatbare politieke partijen. Syriza is erin geslaagd om de aard van het hele Europese debat te bepalen en heeft in geen tijd een indrukwekkende politieke legitimiteit opgebouwd bij de Griekse bevolking. En ook Podemos beweegt zich in die richting. Alles wijst erop dat de partij hoge electorale toppen zal scoren bij de komende verkiezingen.

Godsgeschenk voor Europa

In vier jaar tijd hebben we in Zuid-Europa een nieuw links zien ontstaan. Politici die het traditionele politieke spel met zijn starre conventies bevragen, de democratische legitimiteit van internationele instellingen in twijfel trekken en ongegeneerd de kaart trekken van een sociale en democratische politiek. Varoufakis is er het typevoorbeeld van. En toch zijn het uitgerekend figuren als Varoufakis die weggezet worden als baarlijke duivels. Ten onrechte, want eigenlijk zijn het partijen als Syriza en Podemos die de Spaanse en Griekse democratie voorlopig hebben gered door ze uit handen te houden van extreem-rechtse groepen en technocraten. Syriza en Podemos zijn tevens de beste hoop om Europa zelf te democratiseren. Of hoe de baarlijke duivels in feite reddende engelen zijn.

Eigenlijk zou Europa partijen als Syriza en Podemos dankbaar moeten zijn. Het zijn partijen die aantonen dat volkse woede nog steeds gestalte kan krijgen in een politiek project. Ze tonen de veerkracht aan van een democratisch bestel. Maar tegelijk zijn Syriza en Podemos de laatste strohalm van dat democratisch bestel. Een falen van Syriza door toedoen van de schuldeisers, zal tevens leiden tot een totaal verlies aan vertrouwen in de parlementaire democratie bij de Griekse bevolking. En mogelijks ook ver daarbuiten. De spreekwoordelijke doos van Pandora staat dan wijd open.

Foto: Diagonalperiodico

Maar er is nog een andere reden waarom Europa Syriza en het nieuwe Europese links eigenlijk dankbaar mag zijn. Syriza en Podemos slagen waar de Europese Unie ondanks verwoede pogingen steeds faalt: ze creëren een vorm van solidariteit over de grenzen van nationale staten heen. In vele Europese landen waren er recentelijk steunbetogingen voor Griekenland. De Spaanse indignados wandelden in de zomer van 2011 helemaal naar Brussel, kwamen daar toe in oktober en trokken een betoging op gang met een uitgesproken internationaal, Europees karakter. Syriza, Podemos en de anti-austeriteitsbeweging zijn helemaal niet anti-Europees. Ze zijn net Europeser dan Europa. En in hun oppositie tegen het Europa van de instituten creëren ze sneller een verenigd Europe dan Europa zelf.

Nieuwe en oude spoken

Maar de geboorte van een nieuw links in Zuid-Europa is een vroeggeboorte. Om levensvatbaar te blijven, zijn bredere Europese allianties nodig om het tij te keren. De traditionele sociaal-democratische partijen hebben de sleutel in handen. Zij staan voor de keuze: of zich solidair verklaren met de ruimere anti-austeriteitsbeweging, of verdergaan met het langzame wurgen van nieuwe linkse krachten die de wind in de zeilen hebben.

In eigen land verklaarde kersvers voorzitter van sp.a, John Crombez, zich reeds solidair met Griekenland. Maar binnen de Europese context is dit een eerder eenzaam standpunt. Sterker nog, sociaaldemocraten behoren evengoed tot de hardliners die austeriteit met hand en tand verdedigen. Dijsselbloem is een sociaaldemocraat. Ook de sociaaldemocratische voorzitter van het Europees Parlement, de Duitser Martin Schulz, stelde zich bijzonder hard op voor Griekenland in de aanloop naar het referendum.

De vraag is hoe lang de Europese sociaaldemocratie deze spreidstand tussen een ideologische erfenis en een politiek handelen dat lijnrecht tegen die erfenis ingaat, kan blijven volhouden. Schulz kreeg alvast protest vanuit eigen rangen. Het feit dat dit publiekelijk werd gemaakt, toont aan dat het rommelt bij de sociaaldemocraten. Wat op het spel staat voor de sociaaldemocratische familie is dan ook niet min: op dit moment kan austeriteit gemaakt of gekraakt worden.

Er zal in ieder geval snel moeten gehandeld worden. Want de houdgreep op de Griekse banken wordt met de minuut steviger en een (begeleide) Grexit daardoor steeds waarschijnlijker. De gevolgen van een dergelijke Grexit zullen niet te overzien zijn. Niet alleen op economisch vlak. Ook op politiek vlak.

Bij een Grexit zullen de nieuwe generaties, die Laclau beschreef, op een muur botsen. Een muur die duidelijk maakt dat het debat over welk soort maatschappijmodel we willen, niet meer mogelijk is binnen Europa. Dit betekent de facto het einde van de Europese democratie én de democratische hoop op verandering. Met het einde van die hoop zouden ook wel eens oude spoken opnieuw kunnen gaan rondwaren. Spoken waarvan Laclau dacht ze niet meer zouden herrijzen.

Advertenties

De Grote Taboes in het migratiedebat

Vluchtelingen3

Het actieplan dat Europa voorstelt naar aanleiding van de recente rampen in de Middellandse Zee raakt niet verder dan symptoombestrijding. Het fietst netjes om de meest cruciale vragen heen. Als we de vluchtelingencrisis echt willen aanpakken, dan zullen we moeten nadenken over de rol van grenzen, racisme en globale rechtvaardigheid.

Grenzen zijn massamoordenaars. Een andere conclusie kan je moeilijk trekken wanneer je naar de naakte cijfers kijkt. Volgens een rapport van de International Organization for Migration stierven sinds het jaar 2000 meer dan 22.000 migranten die op weg waren naar Europa. Het werkelijke cijfer ligt vermoedelijk zelfs hoger. Want niet alle doden worden getraceerd en illegale migranten laten geen officiële documenten na. De cijfers waar we ons op moeten baseren zijn daarom steeds naar beneden afgeronde schattingen.

De Middellandse Zee is niet de enige plek in de wereld waar migranten zich te pletter lopen tegen gesloten grenzen. Sinds 1998 stierven 6000 migranten in het desolate grensgebied tussen de VS en Mexico. Vaak kwamen ze om door uitdroging tijdens de lange tocht door de woestijn. Dat geldt evenzeer voor de Sahara waar tussen 1996 en 2013 meer dan 1700 vluchtelingen door ontbering stierven. Aan de Australische grenzen lieten sinds 2000 meer dan 1500 migranten het leven.

Het aantal doden dat valt aan de buitengrenzen is trouwens maar één dimensie van de ellende waarmee asielzoekers geconfronteerd worden. Wie zonder geldige documenten aankomt in het Westen, wacht doorgaans een verblijf in detentiecentra. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld werden in 2013 om en nabij 30.000 asielzoekers vastgehouden in gesloten centra. Onder hen waren 228 kinderen.

Het is moeilijk cijfers te vinden in verband met hoeveel personen zich in gesloten centra bevinden in België. Vast staat wel dat België sinds 2009 reeds negen keer veroordeeld werd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vanwege het beleid inzake opvang, uitwijzing en detentie van asielzoekers.

Dat het leven in gesloten centra bijzonder zwaar is, bewijzen de berichten over wanhoopsdaden en hongerstakingen binnen gesloten centra. Begin april hing een asielzoeker zichzelf op in het gesloten centrum van Merksplas. Toen de directie van het gesloten centrum weigerde om de afscheidsbrief van de man vrij te geven, besloot een deel van de gedetineerden in hongerstaking te gaan. Op diezelfde dag stak een jonge Guineëer zichzelf in brand in de toiletten van de Dienst Vreemdelingenzaken. Hij overleed later aan zijn verwondingen.

Realiteit erkennen

Op dit moment zijn er wereldwijd 232 miljoen mensen die niet in hun land van herkomst leven. Dat aantal zal enkel toenemen. Er wordt voortdurend aan onze gesloten poorten gerammeld, en het enige dat we doen is een slot extra installeren. Het is een beleid dat berust op een illusie, namelijk dat we de goederen, diensten en kapitaal vrijelijk de wereld rond kunnen laten gaan, maar personen kunnen buitenhouden.

Recent nog pleitte de Canadese rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van migranten, François Crépaeu, om migratie als een realiteit te erkennen en niet langer in te zetten op het krampachtig proberen buitenhouden van migranten. Volgens hem ontkent Europa simpelweg de realiteit: “De focus van het Europees beleid blijft momenteel nog gericht op het beschermen van grenzen. Maar het is onmogelijk om je grenzen compleet af te sluiten. Migranten zullen blijven proberen om naar Europa te komen.”

En daaraan kan toegevoegd worden: zolang Europa zijn grenzen gesloten houdt, zullen mensen onnodig sterven of van hun vrijheid beroofd worden. Het stemt mensenrechtenorganisatie Amnesty International erg somber: “Het aantal ontheemden zal toenemen zolang overheden hun grenzen hermetisch afsluiten. De vluchtelingencrisis zal verder uit de hand lopen zolang de internationale gemeenschap er niet in slaagt om bescherming en hulp te bieden.”

Apartheid

Internationale hulp en bescherming bieden aan vluchtelingen is een minimum. Daarnaast moeten we ons meer fundamentele vragen durven stellen. Zo kan er niet om de vaststelling heen gefietst worden dat gesloten grenzen een vorm van globale apartheid in stand houden. Het verschil met de klassieke apartheid is dat afkomst vervangen wordt door locatie.

In deze wereld geldt de ijzeren wet dat de plaats waar je geboren wordt bepalend is voor zowat alles in je leven. Maar net zoals afkomst is locatie willekeurig. Je kiest niet waar je geboren wordt. Het is blind toeval waar je zelf geen verdienste aan hebt. Een gesloten grenspolitiek komt de facto overeen met het autoritair in stand houden van een willekeurige en daarom niet te verantwoorden ongelijkheid. Wie vrijheid en gelijkheid als waarden onderschrijft, kan daarom niet anders dan zich verzetten tegen gesloten grenzen.

Toch zullen velen het idee van open grenzen resoluut van de hand wijzen. Niet omdat ze tegen vrijheid en gelijkheid zijn, wel omdat ze ervan uitgaan dat een soepelere grenspolitiek economisch gezien een regelrechte ramp zou zijn. Want, zo luidt de gangbare argumentatie, moesten we de grenzen openen, dan ontstaat er een drastisch tekort aan jobs, raken onze steden overbevolkt en vindt er een massale leegloop plaats in de landen van herkomst. Om nog maar over de neerwaartse druk op onze lonen te zwijgen. Zodus, zaak gesloten. Open grenzen zijn een slecht idee. Gesloten grenzen helaas een noodzakelijk kwaad.

Tenzij. Tenzij natuurlijk de klassieke economische argumenten tegen open grenzen geen steek houden.

Economie is geen taart

Laten we beginnen met één van de meest courante argumenten tegen het beperken van de instroom van migranten. Migranten zouden onze banen afnemen en zo bijdragen tot een hogere nationale werkloosheid. Dat argument is zo gemeengoed geworden dat het nauwelijks nog ter discussie staat.

Het is opvallend dat exact dezelfde argumentatie werd gebruikt toen vrouwen zo’n veertig jaar geleden toegang kregen tot de arbeidsmarkt. Ook toen werd door tegenstanders van het feminisme verkondigd dat de intrede van vrouwen op de arbeidsmarkt zou leiden tot massale werkloosheid. Vandaag weten we echter dat dit nonsens is. Het karikaturale idee dat iedere job die naar een vrouw gaat een werkloze man oplevert, bleek volstrekt onjuist.

De these dat vrouwen, migranten of eender welke groep die de arbeidsmarkt betreedt leidt tot een drastische vermindering van jobs, vertrekt van een foute assumptie over wat economie is en hoe economie werkt. Een economie is geen statische entiteit, maar een dynamisch gegeven. Of om het plastischer te verwoorden: de arbeidsmarkt is geen taart die moet verdeeld worden onder een beperkt aantal mensen. Wat een dergelijke simplistische visie op economie over het hoofd ziet is, dat iedere persoon die op de arbeidsmarkt komt ook bijdraagt tot de dynamiek van de markt en daardoor die markt zelf ook vergroot. De economie is eerder een buurtfeest in plaats van een taart. Een buurtfeest waaraan iedere afzonderlijke, extra deelnemer bijdraagt tot de sociale dynamiek van dat feest. Economie heeft dus meer iets van een gemeenschap die zichzelf steeds overtreft naarmate er meer onderlinge interacties bijkomen.

Vrouwen die de arbeidsmarkt betraden, droegen door hun arbeid bij tot het vergroten van de productie. Ze kregen meer koopkracht en creëerden daardoor groei. Een groei die op zijn beurt bijdroeg tot de creatie van meer jobs. Maar bovenal gingen vrouwen ook zelf ondernemen en mensen tewerkstellen. De toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt leidde dus tot een economische boost. Dit geldt ook voor migranten. Wanneer groepen migranten de arbeidsmarkt betreden, dan dragen ze op hun manier bij tot het vergroten van de markt. Iedere extra migrant betekent extra koopkracht en dus op termijn extra jobs.

Bovendien zijn migranten, dikwijls uit noodzaak, bijzonder ondernemend en dragen ze bij tot economische innovatie. Veel van de grootste bedrijven die we nu kennen, zijn opgericht door mensen met een migratieachtergrond. Dat geldt onder meer voor Google, Intel, Yahoo en Ebay. Al deze bedrijven zijn gestart door ondernemers die als kind in de VS gestrand zijn. Uit onderzoek in Groot-Brittannië blijkt dan weer dat migranten hyperproductief zijn: 17,2% van de Britste migranten start eigen ondernemingen op, tegenover 10% van de autochtone Britten. Dat komt neer op een slordige 3,2 miljoen Britste bedrijven die gesticht werden door migranten. Hiermee werden niet minder dan 1,1 miljoen jobs gecreëerd.

Internetcafés

Het is niet enkel op landen van aankomst dat migranten een positief economisch effect hebben. Ook landen van herkomst profiteren mee. Wereldwijd zenden migranten jaarlijks tot 500 miljard dollar naar landen van herkomst. Dat is veel meer dan alle ontwikkelingshulp samen. Het geld dat migranten terugsturen, is op zijn beurt een sterke impuls voor de lokale economieën want het gaat om geld dat onmiddellijk opnieuw geïnvesteerd wordt in de reële economie.

Ook kennis en vaardigheden vinden hun weg terug. De eerste Afrikaanse internetcafés bijvoorbeeld werden uitgebaat door teruggekeerde migranten die de skills daarvoor in het Westen hadden opgedaan. Kort daarna werden internetcafés één van de snelst groeiende bedrijfstakken op het Afrikaanse continent.

Het idee dat vrije migratie leidt tot een leegloop en verdere achterstelling van herkomstlanden klopt dus niet. Het tegendeel is waar. Migratie draagt bij tot de verdere economische ontwikkeling van herkomstlanden. Sterker nog, migratie zou wel eens een veel betere manier kunnen zijn om globale armoede aan te pakken dan ontwikkelingssamenwerking. Volgens berekeningen van de Wereldbank kan de armoede in sommige landen tot een derde teruggedrongen worden door kennis, vaardigheden en geld dat terugvloeit uit landen van aankomst.

Maar staat daar tegenover niet dat de migranten in landen van aankomst zorgen voor een toename van de armoede? Want migranten pakken dan wel niet het werk af van autochtonen, ze zorgen toch wel voor een neerwaartse druk op de lonen?

Ook dat klopt eigenlijk niet. Uit het onderzoek dat hieromtrent voorhanden is, blijkt dat migratie een eerder neutraal tot positief effect heeft op lonen. Wel is het zo dat laaggeschoolde autochtone werkkrachten iets aan loon moeten inboeten. Maar dat laatste is niet noodzakelijk het geval. Om lonen te beschermen dienen vooral goede beschermingsmechanismen ingebouwd te worden. Een overheid die minimumlonen garandeert, sterke en performante vakbonden en het tegengaan van zwart werk kunnen op dat vlak al wonderen doen.

Settelen?

Nog een laatste tegenwerping: zal een vrije migratie niet leiden tot een demografische explosie, met alle gevolgen van dien? Nee, vermoedelijk niet. Onderzoek leert dat vele migranten slechts tijdelijk in het buitenland wensen te verblijven. Eenmaal genoeg verdiend willen ze vaak terug naar landen van herkomst. Er bestaan historische cases die deze stelling bevestigen.

Tot 1960 was de grens tussen de VS en Mexico zo goed als open. De migratie was toen voornamelijk tijdelijk van aard. Mexicanen staken de grens over om in de VS voor een tijd hun boterham te verdienen en keerden dan gewoon terug naar Mexico. Het is net het sluiten van de grens dat ervoor gezorgd heeft dat steeds meer Mexicanen zich blijvend vestigden in de VS. Illegaliteit of een erg moeilijk bekomen nationaliteit zorgen ervoor dat mensen zich definitief in de aankomstlanden settelen. Vrijere migratie zou ervoor zorgen dat er meer geïmmigreerd wordt, maar ook weer veel meer geëmigreerd.

Alle klassieke economische argumenten tegen vrije migratie vallen dus in het niet. Economen stellen zelfs onomwonden dat we migratie zullen nodig hebben om de vergrijzing op te vangen en knelpuntberoepen op te vullen. Je zou je afvragen waarom we dan nog altijd onze grenzen niet opengezet hebben voor migratie. Deel van het antwoord is dat er met een politiek van open grenzen niet electoraal gescoord kan worden. Er bestaat weinig animo voor onder het gros van de bevolking. Ten dele heeft dat te maken met een gebrek aan kennis omtrent de economische voordelen van migratie. Maar er spelen andere factoren mee.

Tarantula’s en huisspinnen

In 2014 werd een onderzoek gepubliceerd waarin werd nagegaan in hoeverre percepties over migratie overeenstemmen met de realiteit. Wat bleek? Mensen overschatten systematisch het aantal migranten in hun land. En niet een beetje. De gemiddelde Belg is er bijvoorbeeld van overtuigd dat 29 procent van de bevolking van buitenlandse origine is. De realiteit? Nauwelijks 10 procent van de Belgische inwoners heeft buitenlandse roots. In andere landen valt een gelijkaardige, systematische overschatting van het aantal migranten waar te nemen.

Zijn mensen gewoon slechte interpretators van de sociale werkelijkheid waarin ze leven? Ongetwijfeld. Maar ook hier is meer aan de hand. Het feit dat in alle veertien onderzochte landen het aantal migranten systematisch overschat wordt, wijst erop dat het migratie altijd groter wordt voorgesteld dan ze in werkelijkheid is. Dit is het gevolg van een vertoog dat ons een angst inpraat ten aanzien van migratie. En angst heeft de nevenwerking dat dingen er groter door worden dan ze in werkelijkheid zijn. Wie bang is voor spinnen, ziet in iedere huisspin een tarantula.

De angst voor migratie werd de laatste decennia opgepookt door rechts-populistische partijen. Zij hingen een beeld op van westerse landen die overspoeld worden door horden migranten en riepen op tot een strengere migratiepolitiek. Het racistische Vlaams Belang gebruikte bijvoorbeeld de slogan ‘Vol is vol. Illegalen terug naar eigen land’. Geert Wilders liet dan weer zijn supporters scanderen “minder, minder, minder”. Dat was een antwoord op de vraag: “willen jullie meer of minder Marokkanen?”

Maar het waren niet enkel politici die migratie tot een reusachtig probleem omdoopten. Ook media deden er vrolijk aan mee. Op 20 oktober 2009 bijvoorbeeld kwam het weekblad Humo met een cover waarop te lezen viel: “Paniekzaaierij of harde realiteit? Verovert de Islam Europa?”. Als coverfoto werd gekozen voor een collage die een mix vormt van alle gangbare clichés over moslims. We zien de Grote Markt van Antwerpen waarop moslims aan het bidden zijn, verderop lopen kamelen, er staat een politiebusje, minaretten doemen op vanachter de statige trapgevels en het standbeeld van Brabo is vervangen door een kebabrol. Ongetwijfeld ludiek bedoeld, maar tegelijk het beeld verspreidend dat migranten, in dit geval moslims, ons land overspoelen. Ter info: binnen de Europese Unie woonden er in 2010 – een jaar na de fameuze cover – nauwelijks 3,8 procent moslims.

Vluchtelingen tijdens een protestactie in Berlijn, augustus 2014

Zelfde strijd

Parallel met een overschatting van het aantal migranten en een toenemend racisme, werd de muliticulturaliteit als samenlevingsmodel in twijfel getrokken. Het idee vond steeds meer ingang dat de culturele achtergrond van migranten ‘botste’ of ‘haaks’ stond op de dominante cultuur van het gastland. En het waren niet de minsten die deze boodschap verkondigden. Op een bijeenkomst voor jonge CDU-partijmilitanten in oktober 2010, verklaarde Angela Merkel dat “de multiculturele samenleving volkomen gefaald heeft”. Het vreedzame samenleven van verschillende culturen was een fictie volgens de Duitse bondskanselier. Hiermee sloot Merkel aan bij een lange reeks voorgangers.

De stelling dat het multiculturalisme gefaald of zelfs nooit gewerkt heeft, is een haast algemeen aanvaard uitgangspunt geworden onder (rechtse) intellectuelen en politici. Het staat goed en verstandig om zich te uiten als een criticus van het multiculturalisme. De opiniestukken en essays die de woorden “falen” en “multiculturalisme” in de titel dragen zijn haast niet meer te tellen. Het leidde tot een ongezien banalisering van een in wezen racistisch discours. Want het zogenaamde falen van het multiculturalisme was ‘hun fout’. ‘Zij’ weigerden zich in te passen in de zogenaamde superieure Westerse cultuur. Ook hierover was Merkel bijzonder duidelijk: volgens haar was het falen van het multiculturalisme de schuld van migranten die zich weigerden te integreren in de Duitse samenleving.

Overvol, onaangepast, onveilig, inferieur. Dat zijn de woorden die we met migratie associëren. Het zijn die associaties die ervoor zorgen dat we van een huisspin een tarantula maakten. En het zijn die tarantula’s die beleidsmakers ertoe aanzetten om tienduizenden mensen naamloos te laten sterven aan onze grenzen. Nigel Farage zei het laatste dinsdag met zoveel woorden: als we mensen redden op de Middellandse Zee, zullen we door miljoenen vluchtelingen overspoeld worden.

Wie het over de doden in de Middellandse Zee heeft, zal het daarom ook over de nood aan open grenzen moeten hebben, over racisme, over vrijheid en gelijkheid. Want de strijd tegen racisme, gesloten grenzen en voor globale vrijheid en gelijkheid is in wezen dezelfde.

Lees verder

Langer werken? Het einde van meer dan een eeuw strijd

8hoursday banner 1856

Het pensioendebat laaide vorige week opnieuw op in België. Maar het wordt op zo’n manier gekaderd dat de meest cruciale politieke vragen niet aan bod komen. DeWereldMorgen wil het pensioendebat verder opentrekken en teruggaan naar de meer fundamentele vragen. In dit stuk wordt het pleidooi voor ‘langer werken’ onder de loep genomen.

Lees verder

De ideologie achter het Vlaams regeerakkoord: naar een regimewissel

Ayn rand photo seatonsnet flickr creative commons1

Afgaand op het Vlaamse regeerakkoord vormt niet langer het gezin of de arbeider de hoeksteen van de samenleving, maar de ondernemer. De ondernemer en ondernemingen worden opgevat als bron van alle welvaart en rijkdom in de samenleving. Op pagina zesenvijfitg van het Vlaamse regeerakkoord staat: “Zonder ondernemerschap is er geen waardecreatie en zijn er geen jobs.”

Lees verder

Van distantie tot racisme: IS als clash tussen beschavingen?

Tot tweemaal toe riep Bart De Wever “de moslimgemeenschap” op om zich te distantiëren van de terreurdaden van IS. Achter de oproep tot distantie die vaak klinkt wanneer misdaden onder de vlag van de Islam worden gepleegd, schuilt echter een niet onschuldig mechanisme. Een mechanisme dat terug te voeren valt op racistische vooronderstellingen die op hun beurt extremisme verder voeden.

Lees verder

Zwarte Piet gaat over veel meer dan Zwarte Piet

Featured image

Met Zwarte Piet is ook weer de Zwarte Piet-discussie in het land. En dat zullen we geweten hebben. De inzet van het debat is nog steeds de vraag of Zwarte Piet al dan niet racistisch is. Die vraag stellen is genoeg om een regen van pro’s en contra’s op het dak te krijgen, maar het woord dat netjes uit het geweld van het debat gehouden wordt is het begrip ‘racisme’ zelf.

Lees verder

Links zonder verbeelding?

LAPLAYA

Op Other Voices (11/02/15) hield ik een pleidooi voor een meer radicale en participatieve democratie. Iets waar Tom Potoms de nodige bedenkingen bij heeft (zie https://tompotoms.wordpress.com/2015/02/12/de-fouten-van-links-op-other-voices/) . Hij beschouwt een dergelijk pleidooi eerder als utopisch. Daarnaast wordt door Tom ook gesuggereerd dat ik als antwoord op het herverdelingsvraagstuk een lokalisme propageer. Over die laatste kritiek kan ik bijzonder kort zijn: de enige manier waarop links het kapitaal opnieuw kan temmen is door te opteren voor schaalverandering en -vergroting. Dat heb ik ook met zoveel worden verkondigd op Other Voices. Verder zie ik geen grote tegenstellingen tussen de analyse die Tom maakt over extreem-rechts en die van mij.

Laat me daarom vooral dieper ingaan op het idee van een meer participatieve democratie en het vermeende utopische karakter daarvan. Op dat vlak lijken de visies wel meer uiteen te liggen.

Lees verder